Vertaald door Lidwien Biekmann
Uitgeverij Artemis & Co
Het is 1920. Mabel en haar man Jack zijn onlangs naar Alaska verhuist om daar een nieuw bestaan op te bouwen en het verdriet om hun kinderloos gebleven huwelijk achter zich te laten. Over het eertijds doodgeboren kindje praten ze nauwelijks, maar het is al die tijd een schrijnend verdriet gebleven. Het leven als boeren valt hen zwaar. Het is moeilijk om in de zomer genoeg werk te verrichten om de bitter koude winters te overleven. Mabel verdient wat bij door taarten te bakken voor het hotel in het dorp verderop, maar als deze neveninkomsten stoppen gaat het financieel ook steeds slechter. Als er niet snel iets verbeterd moet Jack misschien wel in de mijn gaan werken om het hoofd boven water te houden. Gelukkig zijn daar de buren, de familie Benson, die hoewel ze een stuk verderop wonen hen te hulp schieten. De jongste van hun drie sterke zonen blijkt een onmisbare hulp te zijn en ook nog eens een uitstekend jager. Door de bezoekjes van de extroverte buurvrouw wordt ook Mabel minder somber.





